Longreads Verhalen

Dominant Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2

Ik geloof mijn ogen niet. Iedereen praat rustig door terwijl mijn geschiedenisleraar tegen een meisje praat. Ze is niet lang, heeft bruin golvend haar en een licht getinte huid. Ze draagt een helderblauwe broek, een witte blouse en een felrood vest. Niet zo een als ze vroeger droegen, maar het nieuwe model waarvan de felheid van de kleur verandert naar je stemming. Hij is felrood, dus ze is waarschijnlijk heel vrolijk, zoals altijd.

Ze draait zich om en kijkt me aan. Haar gezichtsuitdrukking verandert en haar vest wordt donkerrood. Ze kijkt me een fractie van een seconde aan met een doodsangst in haar ogen, dan tovert ze weer een neppe glimlach op haar gezicht en trekt ze heel slim haar vest uit en rolt ze het zo op dat de buitenkant niet te zien is. Donia en ik hebben samen op het startonderwijs gezeten. Niet op de Valoi-school zoals mijn broertje, maar op de Claud-school. “Voor meisjes die meer willen”. Dat was de slogan. We waren hele goede vriendinnen gedurende de eerste twee jaren, maar toen we in de derde kwamen waren we het niet vaak eens over zo een beetje alles. Terwijl Donia steeds populairder werd ging de meeste kinderen mijn steeds meer mijden. Ik snap nog steeds niet waarom. Als alle kinderen die buiten school altijd voetballen ook tijdens de pauze mogen voetballen, waarom zou ik dan niet mijn stemoefeningen mogen doen voor het zingen of het script van de dramaclub waar ik bij zat mogen doornemen? Je zou denken dat dat de enige reden is waarom Donia en ik elkaar vanaf toen nooit meer zouden hebben gesproken, maar er was nog een andere factor die enige vorm van vriendschap in de weg zat: onze ouders. Mijn moeder is de eerste adviseur van de presidente, dus de op een na hoogst positie in het land. Donia’s moeder is de presidente. Hierdoor heb ik altijd het gevoel gehad dat ik niets meer was dan haar hulpje. Ook was Donia steeds meer bezig met het “op een dag opvolgen van haar moeder”, terwijl ik na het vertrek van mijn vader niets meer met mijn moeder te maken wilde hebben. En nu komt diezelfde Donia met een enorme glimlach op haar gezicht mijn kant op gelopen. De bel gaat, ik ben gered.

Als iedereen op haar plek zit begint de leraar met praten, ‘Goedemorgen allemaal, voor we gaan beginnen hebben we een nieuwe leerling. Dit is Donia, vertel maar wat over jezelf.’ Iedereen is doodstil en niemand lijkt te weten wie ze is. ‘Dank u wel meneer. Ik ben Donia Sleed, de dochter van Jeanine Sleed.’ Het wordt rumoerig in de klas en ik probeer te bedenken wat Donia nu gaat doen. Misschien heb ik geluk en laat ze me met rust, maar dat lijkt mij niet. Optie twee is dat ze met een mega neppe glimlach op me af loopt en zegt dat ze me al die tijd gemist heeft. Ik vrees voor het ergste. ‘Ik ben heel blij om hier te zijn,’ praat Donia verder, ‘en ik hoop dat ik hier nog veel leuke jaren met goeie vrienden tegemoet ga.’  De leraar wijst haar een plek en we beginnen. Ik zit vooraan in het midden en probeer aandachtig te luisteren naar de dingen die de leraar zegt, maar ik kan het niet helpen om soms achterom te kijken naar mijn voormalige vriendin.

In de pauze ga ik naar mijn rustige plekje buiten. Het is een soort inham in de school die eigenlijk heel onlogisch is, maar als je er zit kan niemand je zien en ik vind het heel fijn om er te zitten, want er komt nooit iemand. Na een paar minuten hoor ik voetstappen en opeens staat ze voor me.

Donia kijkt me aan, ik zie geen gemaakte glimlach en ze staat ook niet alsof ze een soort topmodel is, ze staat en kijkt op een manier die alleen ik van haar ken. Schaamte. Schaamte van al het lachen, van het doen alsof, van het kleineren en het roddelen, schaamte die alleen ik te zien krijg. Ze gaat naast me zitten en zegt heel lang niks. ‘Leuk plekje hier,’ begint ze dan. ‘Lekker rustig. ‘Tot een minuut geleden wel ja.’, beantwoord ik haar poging tot vriendelijkheid. ‘Laten we nou niet doen alsof als er niemand bij is. Ik mag jou niet, jij mij niet. Wat wil je van me?’ Donia kijkt een beetje overdonderd en weet niet wat ze moet zeggen. Ik kijk haar met een vragende blik aan. ‘Het enige dat ik wil is iets wat ik blijkbaar niet ga krijgen.’ ‘En dat is?’ Ik ben benieuwd wat ze gaat zeggen. Voor zover ik weet is ze ervan overtuigd dat ze alles kan krijgen wat ze wil, zolang ze maar een paar keer met haar ogen knippert en zielig doet. Het blijft heel lang stil maar dan zegt ze; ‘Een vriendin.’ Die zag ik niet aankomen. Waarom zou ze nou in hemelsnaam met mij bevriend willen zijn? Ze mag me niet eens en ze heeft het verder voor het uitkiezen. Heel even moet ik een lachbui onderdrukken, maar als ik naar haar kijk om te zeggen dat ik het een goede grap vind maar nu toch graag weer van mijn rust zou willen genieten, zie ik dat ze het meent. Gelukkig word ik verlost door de bel en vraag ik heel luchtig of Donia weet naar welk lokaal ze moet. ‘Ja, maar ik geloof dat het aan de andere kant van het gebouw is, dus ik moet gaan. Ik spreek je later nog wel.’

Als ik thuis kom ben ik alleen. Mijn broertje is op excursie en mijn moeder, zoals gewoonlijk, nog op het werk. Dit geeft mijn de zeldzame gelegenheid om even lekker hard gitaar te spelen. Ik ga snel naar boven, maak mijn huiswerk, zet een simpele bouillonsoep op en leg noedels klaar om te koken. Ik pak mijn gitaar en begin met spelen. Zoals gewoonlijk moet ik er even in komen, maar komt er al snel een redelijke tekst uit mijn mond gerold:

Ik wil niet in het verleden blijven steken, en de toekomst zie ik dan wel weer.

Maar het heden kan zo verwarrend zijn en het gaat  zo snel, ja elke keer.

Waarom is alles niet zoals het was voordat jij mij verliet?

Voor ik de waarheid zag, die schuil ging achter jou lach.

Ik stop na een paar minuten met spelen en leg mijn gitaar weer op mijn kamer. Mijn broertje kan elk moment thuiskomen en ik wil niet dat hij ziet dat ik nog iets van mijn vader heb. Mijn broertje heeft helemaal niks. Ik heb meerdere keren zijn kamer doorzocht en ik ben tot de conclusie gekomen dat mijn vader dacht dat het beter was hem niets te geven. Mijn broertje is nog jong en merkt volgens mijn nauwelijks het verschil, maar ik wel. Naast dat ik nu het huishouden moet onderhouden en ik hem natuurlijk mis, merk ik het ook aan mama. Ze lijkt verloren en zoekt haar toevlucht in haar werk. Ook merk ik dat ze de “ruzies” die ze altijd met mijn vader had nu met mij en soms met mijn broertje heeft. Ze doet haar best om het in te houden, maar soms merk ik dat ze zich hier niet meer op haar plaats voelt. Alleen mijn broertje voelt zich hier nog thuis.

 

Print Friendly, PDF & Email

Over de schrijver

Avatar

Janne Rombouts

Laat een reactie achter