Interview Longreads Muziek Onze School

Meneer Dumont (aka DJ Maus) over Theresia, zichzelf, zijn nieuwe functie en zijn interesses.

Avatar
Geschreven door Yannick Retel Helmrich

Sinds het vertrek van voormalig conrector Fons Plevoets is er in het bestuur van de school het een en het ander veranderd. Onder andere is Maurice Dumont de nieuwe afdelingsleider van VWO. In onderstaand interview maak ik kennis met hem.

Vindt u het goed als ik het gesprek opneem?
Het maakt mij niet zo veel uit. Het doet me wel denken aan het volgende: op sommige scholen vinden ze het te duur om met meer dan één examinator een mondeling te laten afnemen. Om gelazer te voorkomen nemen ze dan soms het gesprek op, maar dat vind ik een probleem: dat legt voor beide partijen druk op het gesprek en dat is juist niet wat bij een mondeling de bedoeling is. Je moet op je gemak zijn en er moet een goede sfeer ontstaan. Zo zie je hoe organisatie van toepassing kan zijn op het gesprek. Ik vertel dit omdat ik het wel van toepassing vind op deze situatie en het kenmerkt hoe ik in elkaar zit.

Dit is niet de eerste keer dat een gesprek van u wordt opgenomen; Ik zag dat u bij RTL op televisie bent geweest.
Ja, je kan daar zien dat ik geen jarenlange televisie-ervaring heb. Ik werd gevraagd om de redactie iets te vertellen over een item dat ze aan het maken waren over Bob Dylan. Daarna werd ik gevraagd om het op televisie te komen vertellen. Het was een stukje ijdelheid van twee kanten: aan de ene kant wil je graag gezien worden, maar aan de andere kant wil je niet dat het daar op televisie fout gaat. Uiteindelijk heeft de positieve ijdelheid gewonnen van de negatieve. Ze bellen je ook niet elke week.

Waarom hebben ze u gevraagd voor dat programma?
Ik heb een scriptie geschreven over verschillende liedteksten, die ik vervolgens heb gepubliceerd. Het is zonde als zo’n scriptie in de la verdwijnt. Ik ben een van de weinige letterkundigen die onderzoek heeft gedaan naar popliedjes. En waarschijnlijk omdat ik handiger ben met sociale media dan andere wetenschappers hebben ze mij als eerste gevonden.
Het is dus een kwestie van geluk en daarbij was het niet zo’n groot programma dat alle gasten zomaar binnensleept. Ik wil mezelf niet tekort doen, maar het ook niet groter maken dan het is. Maar natuurlijk is het leuk als je werk opgemerkt wordt. Onlangs kreeg ik out of the blue een berichtje van iemand via Facebook: “Ik heb zo veel aan jouw scriptie gehad. Daar wil ik je voor bedanken.”

U hebt dus in uw scriptie teksten van popmuzikanten geanalyseerd.
Ja, van Doe Maar, Spinvis, De Kift en De Jeugd van Tegenwoordig. Met die laatsten zijn al wel meer wetenschappers bezig geweest, vanuit allerlei invalshoeken. Mijn scriptie ging uit van de vraag: heeft het zin om songteksten als poëzie te beschouwen en daar een poëzie-analyse op los te laten? Wat zijn de beperkingen en wat zijn de mogelijkheden?
Toen heb ik vier LP’s gekozen die ik leuk vond. Dat waren platen uit vier verschillende periodes en stijlen. Bij Doe Maar kom je niet zo ver met poëzieanalyse. Bij Spinvis zie je al meer overeenkomsten met poëzie, bijvoorbeeld door metaforiek en woordspelingen. Een belangrijke conclusie is dat je zo’n liedtekst niet zozeer op zichzelf kan beschouwen. Ga maar na: een liedje vind je meestal in eerste instantie leuk vanwege de melodie, of tegenwoordig vanwege de clip, niet vanwege de tekst.
In die uitzending had ik het eigenlijk willen hebben over het liedje ‘Blurred Lines’. Helaas vonden ze dat niet zo’n geschikt onderwerp voor een gezellig praatprogramma aan het eind van de middag. Dat nummer is namelijk in opspraak gekomen omdat het zou aanzetten tot vrouwonvriendelijk gedrag. Het zou over de grenzen gaan van seksueel geweld goedpraten of verheerlijken. Als je de tekst op zichzelf bekijkt staat dat er misschien niet zo letterlijk, maar als je het combineert met de muziek en de clip, kun je begrijpen dat mensen die boodschap eruit meekrijgen. Als literatuurwetenschapper moet je dus met een breder beeld kijken naar zo’n tekst. Dat vond ik interessant aan mijn scriptie.
Het onderzoeken van popmuziek was voorheen vooral bij sociologen erg populair, want die wilden onderzoeken hoe zo’n tekst invloed had op de maatschappij. Daarvoor moet je haast wel popliedjes onderzoeken, want die worden veel geluisterd. Maar ik had dus een andere invalshoek en daarom heb ik ook bijvoorbeeld een plaat van de vrij onbekende band De Kift genomen.

Kunt u vertellen hoe u hier op school bent beland? Gaan er dingen veranderen, nu u afdelingsleider bent?
Als je met een baan begint heb je bepaalde ambities en wil je je stempel drukken, dus ik hoop wel dat er dingen gaan verschuiven.

U werkt bijna vijftien jaar in het onderwijs…
Correct.

… en de laatste vijfeneenhalf jaar hebt u in Helmond Nederlands gegeven.
Klopt; Ik ben daar bovenbouwdocent geweest, sectieleider, ontwikkelteamleider en taalcoördinator. Ik heb het daar ontzettend naar mijn zin gehad, op een bepaald vlak, maar er was iets dat ik niet kon veranderen: Helmond komt niet dichter bij Tilburg. Het was een uur reizen heen en een uur terug, als de trein rijdt zoals het hoort. Mijn werkzaamheden waren buiten de lestijden om en daarom was ik nog vaak tot laat op school. Ik heb kinderen van vijf en negen en at dikwijls niet samen met hen. Ik werkte vijf dagen in de week en wilde ook niet minder werken, want in het onderwijs geldt meestal: als je zegt dat je minder wilt gaan werken, ga je niet minder werken, maar wel minder verdienen. Ik zat een beetje klem. Er moest iets veranderen, maar wat dan?
Daarnaast: als je bovenbouwdocent Nederlands bent en je hebt bepaalde resultaten behaald, wat zijn er dan nog voor uitdagingen? Ze zijn er wel: de uitdaging kan zijn om het zo te houden of dingen te doen met nieuwe technologieën of ICT of dat soort dingen, maar dat was niet de richting waarin ik het zocht. En ik wilde bijvoorbeeld al helemaal geen teamleider worden. Het is dus wel gek dat ik uiteindelijk voor die functie heb gekozen.
Ik ben heel tevreden in Tilburg. Het is niet al te stads en het is ook geen dorp. Tilburg heeft een hybride vorm, vind ik. Alles is op loopafstand, behalve dus tot voor kort mijn werk. Dat was de grootste aanleiding om de stap te maken. Ik wilde ook iets leren en ik wilde uit mijn comfortzone en dat is nu wel echt het geval. Ik ben nieuwe dingen aan het ontdekken. Soms vraag ik me wel af: waar ben ik in godsnaam aan begonnen?
Eerst had ik een heel vast rooster. Ik kende mijn leerlingen. Ik was een soort van jukebox; je gooit er een kwartje in en ik draai mijn les. Nu moet ik alles leren. Ik moet alles vragen. Ik ben voortdurend afhankelijk. Ik weet gewoon dingen niet. Een totaal andere dynamiek. Maar ik ben wel in vijf minuten thuis. En dat is heerlijk.

U had natuurlijk wel eerder van Theresia gehoord.
Ja, de reden om toe te happen op die vacature, was omdat ik van het Theresialyceum wel een positief beeld had. Vroeger was het imago een kakschool, maar nu levert de school meer maatwerk en het beeld dat ik kreeg, toen ik hier was op de open dag, was dat de school veel diverser is geworden. Er komen hier kinderen uit verschillende milieus, die talenten hebben, die een veilige school zoeken, een die maatwerk kan leveren. Er zijn niet verschillende groepen waarbij één subcultuur de toon zet, maar er zijn verschillende subculturen die elkaar in evenwicht houden.

Vindt u dat interessant: subculturen?
Ja, dat komt ook voort uit mijn eigen verleden. Ik wil niet graag bij een club horen. Ik ben vroeger buiten de club gezet, omdat ik niet het dialect sprak uit het stukje Limburg waar ik vandaan kom.

Nu bent u de leider van een club.
Ja. Ik was ook wel sectieleider op mijn oude school en gaf daar leiding aan ongeveer 10 mensen. De situatie in de sectie was toen ik begon niet optimaal en dat heb ik aanzienlijk  kunnen verbeteren. Ik weet nog niet hoe dat hier is, want dat ben ik nog aan het onderzoeken. Nu geef ik leiding aan dik 30 mensen en er zijn ook nog 400 leerlingen.
Dat is een verschil: vroeger kende ik iedereen erg goed en nu heb ik met allemaal leerlingen te doen die ik niet ken. Je kunt zien dat ik daar 400 foto’s heb hangen, waarvan ik ongeveer 10% ken. En wat is kennen? Ik heb ze een keer gesproken. Ik heb hun achtergrond gelezen. Een gevaar is dat ik de leerlingen die ik nooit zie en waar het goed mee gaat na een paar jaar nog steeds niet ken.

Hoe is uw eerste ervaring hier? Wat is Theresia voor een school?
In Helmond was het rustiger en waarschijnlijk ook wel strenger. Sommige dingen waren daar strakker geregeld en dat past op zich ook wel bij mij, omdat ik wel van reinheid, rust en regelmaat houd. Dus ik moet eraan wennen dat sommige dingen wat losser zijn. Van de andere kant is dat ook wel de kracht van de school. Niet alles is strak en duidelijk en eenduidig, maar daardoor ontstaat de ruimte om maatwerk te leveren. Van leerlingen heb ik begrepen dat dat erg gewaardeerd wordt. Leerlingen die zijn overgestapt, hebben hierom voor deze school gekozen.
Daar zal ik aan moeten wennen. Aan de ene kant heb ik de neiging om alles strak en eenduidig te regelen, maar dat gaat dus vaak ten koste van de ruimte die de mensen krijgen. Ik kom van een school waar alles strak geregeld is, in een school waar dat niet zo is. Mijn eerste neiging zou zijn om meteen op te ruimen, orde op zaken te stellen. Ik moet me afvragen wat er dan verloren gaat wat bij deze school hoort.
Iets dat me bijvoorbeeld opvalt, is dat in de pauzes wordt gesurveilleerd door leerlingen. Bij de school waar ik vandaan kom, werd altijd door een stuk of drie, vier docenten gesurveilleerd, maar niemand had daar zin in, mensen vergaten het en aan het begin van elke pauze moest omgeroepen worden: “Wil die en die meneer zich melden in de aula?”. Ik heb in Helmond wel eens gezegd: “Moeten wij dat eigenlijk wel blijven doen, kunnen leerlingen dat niet zelf doen?” Nou kom ik hier en hier doen ze dat gewoon. En volgens mij gaat dat best wel redelijk. Het is hier geen puinhoop. Natuurlijk gebeurt hier wel eens wat, en de conciërges houden ook een oogje in het zeil, maar het is hier gewoon geregeld. En dat vind ik prima. Dat betekent ook dat het schoolklimaat zo is, dat het kan. De stewards zijn dus blijkbaar in staat leerlingen aan te spreken op gedrag dat niet hoort. Dat zijn dingen die mij opvallen.
Iets anders is het toetsen. Toen ik hier begon, was twee dagen later de toetsweek. Dat vergt heel veel orgainsatie en er gaat wel eens wat mis; vervolgens komt er nog een heel inhaalcircus overheen: bijzondere herkansingen, algemene herkansingen. Die zorgen weer voor inhalers, bijzondere herkansingen. Dus dat hele toetscircus, zoals ik het maar even noem, dat kost heel veel mensen heel veel energie en het frustreert ze ook.

Dat was in Helmond niet het geval?
Nee, als je daar een toets mist, ben je je herkansing kwijt, dus iedereen was er gewoon. Op eentje na, die wel heel erg ziek, zwak en misselijk was. Daar kun je dan maatwerk leveren.

Is dat voor u een voorbeeld waarvan u zegt: hier wordt teveel ruimte gegeven?
Dat is mijn eerste indruk. In combinatie met het feit dat veel docenten mopperen: “Moet ik weer een nieuwe toets maken? Valt er weer een les uit? Moet ik weer surveilleren?” Je ziet wel dat in ieder geval bij docenten niet door iedereen even enthousiast gereageerd wordt op de gang van zaken nu.
Van de andere kant denk ik: Het is hetzelfde als met dyslecten. Er is een tijdje een wildgroei geweest aan allerlei bureautjes die dyslexieverklaringen afgaven. Op het moment dat iemand een dyslexieverklaring heeft, moet ik niet de persoon zijn die zegt: “Jij hebt wel of geen dyslexie.” Ik moet ervan uitgaan dat dat klopt. Maar als je kijkt hoeveel procent van de bevolking dyslectisch is. Stel in theorie dat dat vijf procent is. In Helmond hadden we een klas waarin 40 procent van de leerlingen een dyslexieverklaring heeft. Dan moet je je afvragen: is er niet iets anders aan de hand? Dat is iets wat ik me ook afvraag bij de gang van zaken in de toetsweek. Als er zoveel mensen ziek zijn bij een toets: Is er dan niet iets anders aan de hand?
Daarmee wil ik niet zeggen dat deze leerlingen niet legitiem thuisblijven, ik denk dat ze allemaal een goede reden hebben om thuis te blijven en zich niet lekker te voelen, maar misschien zit de oorzaak er niet in dat mensen buikgriep hebben of dat ze barsten van de hoofdpijn. Misschien hebben ze ook stress van een toets en dat ze daarom thuisblijven. Dat zou ik eigenlijk graag wel wat helderder willen hebben. En in hoeverre is het niet de eigen schuld van de school dat die leerlingen die gevoelens hebben, doordat ze misschien wel ontzettend veel toetsen. Ik weet dat allemaal niet zeker, maar dat zijn vragen die bij me opkomen als ik hier zo een paar weken rondloop: “Wordt er niet veel te veel getoetst?” Dat ga ik onderzoeken.

Het is een beeld dat me niet helemaal onbekend is. Theresia wordt gezien als een zware school.
Ja, misschien niet streng qua omgang, maar wel streng qua cijfers. Dit wil ik er wel bij zeggen: dit is speculatie. Dat wil ik verder gaan onderzoeken, maar het is wel een beeld dat een beetje opdoemt. Het voordeel is dat ik ook een paar andere scholen heb gezien in mijn leven, waar het ook anders kan.
Goed, de vraag is ook: Wil je het anders? Als deze school zijn prestige of uitstraling of populariteit eraan ontleent dat het een hele strenge school is als het gaat over prestaties, Dan moet je het ook niet zomaar overboord gooien. Het is nu eenmaal zo dat, als je Nederland vergelijkt met Amerika of Azië, daar een hele andere prestatiecultuur heerst. Op het moment dat je heel veel maatwerk gaat bieden en heel soft wordt, omarm je ook de middelmaat. Dat betekent dat je misschien wel relaxtere, misschien wel gelukkigere kinderen krijgt, maar die misschien ook niet tot heel veel in staat zijn. Terwijl je in Azië wellicht meer mensen hebt die bovengemiddeld presteren.
Dat zijn allemaal beelden, hè. Ook daar kun je vraagtekens bij zetten. Wat is geluk? Op hele filosofische vragen kom je dan eigenlijk uit. Wat voor school wil je zijn? Kijk, het is niet aan mij om te bepalen wat dit voor school moet zijn. Ik ben maar een radertje, maar wat ik toevallig wel goed kan is een analyse maken en mensen dat voorspiegelen en de vraag stellen: “Is dit de school die we willen zijn?”. En dan moeten we daar als team, als school een antwoord op geven.
Als mensen tevreden zijn met hoe het gaat en mopperen omdat ze veel toetsen moeten nakijken, maar eigenlijk wel tevreden zijn met wat voor school we zijn, dan moet je daar ook niet teveel mee doen. Die mopperen dan, maar dat hoort er dan bij. In die zin is alles wat ik vertel onder voorbehoud. Het valt mij op, omdat ik uit een school kom met een andere cultuur. Of het goed of slecht is, weet ik niet. Maar dat er gemopperd wordt, valt me op.

Wat voor iemand is meneer Dumont? Zoals u praat over rein, rust en regelmaat, lijkt u me een stereotype saaie afdelingsleider.
Saai waar ik saai moet zijn en minder waar het kan. Het maatwerk op school vind ik een belangrijk iets. Maar totale vrijheid is ook bedreigend. Dus je moet ruimte geven waar het kan en van de andere kant is duidelijkheid ook belangrijk. Het gaat erom: waar liggen de grenzen? Als je bekneld wordt, liggen de grenzen te dichtbij. Als je verdwaalt, liggen de grenzen te ver af.
Wat ik wil bereiken is dat er duidelijke grenzen zijn op de juiste plek. Dat de grenzen voor veiligheid zorgen, maar ook voor bewegingsruimte. Je moet niet verdwalen, maar je moet ook niet vastzitten. En het zoeken naar waar we de grenzen moeten leggen. Hier ligt het speelveld en daarbinnen moet het gebeuren. Nou, niet op een postzegel dus, maar als je de hele wereld moet overzien: dat lukt je ook niet. Die zoektocht staat bij mij centraal.
Ik ben over het algemeen iemand die wel redelijk op de hoogte is; iemand die de krant leest, onderzoeken bijhoudt. Die zich redelijk op de hoogte stelt van allerlei inzichten op het gebied van onderwijs en maatschappij. Ik ben wel voortdurend bezig om te kijken waar de gezonde plek is om de grenzen te leggen. Als je weet waar die grenzen liggen, dan vind ik ook dat je daarin rechtlijnig mag zijn. Ik bepaal die grenzen niet zelf. Die grenzen bepaal ik in wisselwerking met andere docenten, mensen van de schoolleiding, ook met leerlingen. Je kijkt wat de beste plek is om die grenzen neer te leggen. Als die grenzen er eenmaal liggen, ben ik ook een strenge grensrechter. Dan zeg ik: “We zijn met elkaar tot de conclusie gekomen dat hier de grens moet liggen en dan gaan we daar nu ook niet overheen.”
Dat is denk ik kenmerkend voor wat ik nastreef of wat ik ben als teamleider. En verder ben ik een mens met allerlei fascinaties en hobby’s. Ik ben een ontzettende muziekfreak, en ook een echte vinylverzamelaar. Dat zie je daar aan de muur wel.

Ik heb geluisterd naar DJ Maus op Mixcloud, maar dat is enkel samengestelde muziek.
Die Soul Sessions die ik Eindhoven doe, draaien heel veel om Funk en Soul en allerlei maffe muziek uit vooral de jaren 70. De laatste tijd ben ik heel geïnteresseerd in Afrikaanse muziek uit de jaren 70 en dan vooral Afrikaanse muziek die is afgekeken van Amerikaanse muziek. Maar die is vervolgens weer afgekeken van Afrikaanse muziek. De hybride tussen Afrikaanse en westerse muziek vind ik fascinerend. Daar valt niet zoveel in te mixen. Je wil een verhaal vertellen en dan gaat het er niet zozeer over of de beat strak ligt. Het moet wel dansbaar blijven, dus je let op het ritme en het tempo.
Vroeger ben ik dance en house DJ geweest. Dan is het een kwestie dat je het ook goed beatmixt. De laatste tijd gaat het vooral over het verhaal dat je verhaal vertelt. Je wilt muziek van verschillende momenten naast elkaar zetten. En van van de ene kant verrassen en van de andere kant laten zien: deze muziek is verwant aan elkaar, terwijl het uit een hele andere hoek komt. Dat soort zaken vind ik interessant. Ik maak ook radioprogramma’s voor de Concertzender. Van oudsher is dat een klassieke zender, maar die hebben ‘s avonds ook programma’s over pop, Jazz en experimentele muziek.

Is die zender nationaal te beluisteren?
Die is nationaal te beluisteren; niet overal op de kabel, maar wel overal op internet. Op de kabel hebben ze 24-uurs programmering en alle programma’s kun je terugluisteren op de site. Daar maak ik elke maand een programma voor. Soms is dat een kwestie van leuke nieuwe muziek die ik gehoord heb. Nummers die op de een of andere manier aan elkaar verwant zijn, bij elkaar plakken.
Ik heb ook een programma waarin ik steeds een jaar uit de muziekgeschiedenis pak en allerlei muziekjes uit dat jaar gebruik die iedereen weer vergeten is of muziek die totaal geflopt is. Ik vind het dan leuk om een soort alternatieve muziekgeschiedenis te schrijven. Dat is dan mijn fascinatie voor: wie hoort bij de groep en wie staat buiten de groep. Bij popmuziek is het ook zo: op de een of andere manier wordt een nummer een hit en als dit of dat niet gebeurd was, was het liedje nooit een hit geworden, dan had niemand het ooit gehoord. Wat bepaalt nou wat een liedje een hit maakt? Ik heb meer sympathie voor die liedjes die geen hit zijn geworden, dan die liedjes die wel een hit zijn geworden. Dan hoor je ook eens een keer iets wat je nog niet eerder gehoord hebt.
Pas geleden heb ik een programma gemaakt over een drummer, Jim Gordon. Dan ontdek ik: Hé, die drumt op die plaat! Hé, en op die plaat drumt ie ook. En hé daar ook! En wie is dat eigenlijk, die vent? Daar heb ik eigenlijk nooit iets van gehoord. Dan kom ik er dus achter dat hij ooit een veelbelovende drummer was, die op honderden platen heeft gespeeld. Maar hij was heel introvert, stond nooit op de voorgrond. Hij was een sessiemuzikant, werd niet niet op de hoes vermeld. Ook dat nog. Uiteindelijk kun je wel traceren op welke platen hij heeft meegespeeld, want hij stond wel op de loonlijst.
Wat nog veel erger is: Op een gegeven moment is hij flink aan de drugs gegaan en toen bleek dat hij schizofreen was. Daar had hij jaren geen last van, maar het kwam terug toen hij die drugs gebruikte. Hij heeft toen in een schizofrene aanval zijn moeder vermoord met een hamer. In het geval van een drummer is dat natuurlijk een saillant detail.
Toen is hij in de gevangenis terecht gekomen en daar zit hij nu al 34 jaar en je hoort nooit meer iets over hem, terwijl hij dus op allerlei beroemde platen meedrumt. Dan heb je een plaat van The Byrds, en daar staan de namen van de bandleden op, maar die zaten te blowen en hebben sessiemuzikanten ingehuurd om het werk te doen.
Als je nagaat op welke platen hij drumt, kom je erachter dat hij een van de belangrijkste drummers is van de popgeschiedenis. Niemand heeft het ooit over hem, want hij heeft zijn moeder vermoord en zit al 34 jaar in de gevangenis. Aan een van de allergrootste hits aller tijden heeft hij nota bene meegeschreven, ‘Layla van Derek & the Dominos’. Daar verdient hij nog altijd kapitalen mee, maar hij zit in de gevangenis en kan alleen via een bewindvoerder bij zijn eigen geld…
Het is dus eigenlijk een heel tragisch verhaal. Goed, ik ben natuurlijk een letterkundige, dus ik houd van tragische verhalen. En dan vind ik dat leuk om helemaal uit te spitten. En daar dan allerlei muziek die je wel of niet kent bij te laten horen en te vertellen: kijk, dat is dezelfde drummer! Als je heel goed luistert, hoor je ook dat het iemand is met een bepaalde stijl. Maar omdat hij op zoveel nummers meedrumt, valt het niet meer op. Zijn geluid is gewoon het geluid van popmuziek uit de jaren 70, want hij drumde op bijna al die nummers mee. Dat vind ik te gek, om daar helemaal in op te gaan. En dat doe ik dan zo een beetje ernaast.

Het is niet een vreemde hobby als leraar Nederlands. Het mengt wel een beetje.
Ik heb ook een keer een scriptie geschreven over Henrik Scholte, dat is een vriend van Menno ter Braak. Ter Braak wordt gezien als een ontzettend belangrijke schrijver in de Nederlandse literatuur, terwijl hij maar een paar boekjes geschreven heeft. Hij was vooral een gevreesd recensent. Hij had een literair tijdschrift, vooral bekend geworden omdat hij andere schrijvers afzeek, tenminste heel kritische recensies schreef over andere schrijvers.
En Ter Braak was dus bevriend met Henrik Scholte en die was fout in de oorlog. Hij had een vader die Duits gestudeerd had en zijn moeder was Duits, geloof ik. In de oorlog is hij in Duitsland terecht gekomen en heeft daar werk verricht voor de Nazi’s en propagandafilmpjes gemaakt, want Henrik Scholte schreef, maar was ook erg geïnteresseerd in film.
Maar Menno ter Braak heeft aan het begin van de oorlog zelfmoord gepleegd. Ik weet niet of je dat verhaal kent, maar die kon principieel niet omgaan met wat er gebeurde. Met nazi’s etcetera etcetera. Het was een man die niet heel stabiel was, dus op een gegeven moment wou-ie gewoon dood.
En Henrik Scholte heeft dus fouten dingen gedaan, nou ja, voor de nazis gewerkt. Hij is dus na de oorlog afgeserveerd, als fout bestempeld. Hij heeft nog heel lang geleefd, maar kwam niet meer aan de bak. Hij werd niet serieus genomen als letterkundige. Etcetera etcetera. Terwijl Menno ter Braak vooral na de oorlog bekend stond als ‘het geweten van de Nederlandse letteren’, want hij had altijd stelling genomen tegen de nazi’s en uiteindelijk zelfs zelfmoord gepleegd. Dat is pas een held!
En ik vind het dus interessant om die Henrik Scholte te onderzoeken. Dat is iemand die eigenlijk uit de geschiedenis is geschreven. Maar Menno ter Braak en Henrik Scholte hebben veel aan mekaar te danken gehad. Ik heb hun briefwisseling bestudeerd, die is bewaard gebleven. Van Menno ter Braak is een heel archief, en ik heb gewerkt voor Krijn ter Braak, dat is een neef van Menno ter Braak en zijn erfgenaam, en die heeft een site opgericht waar al het werk van Menno ter Braak is te vinden, inclusief briefwisselingen. En ik heb die briefwisselingen dus ontcijferd en allerlei context erbij verteld, zodat je als lezer begrijpt waar ze het over hebben. En dan kom je er dus achter dat ze eigenlijk helemaal niet zo van mekaar verschillen; ze hadden dezelfde interesses. Ze hebben samen de FilmLiga opgericht. Ze hebben samen tijdschriften opgericht. Maarja, Menno ter Braak is goed en Henrik Scholte is slecht.
En met die Jim Gordon, die drummer heb je hetzelfde verhaal; Die heeft iets doms gedaan in zijn leven, maar van de andere kant: De bassist van The Rolling Stones, Bill Wyman is een pedofiel. Die had een relatie met een meisje van viertien, is hij later ook mee getrouwd. En op de een of andere manier is hij daarmee weggekomen. Je kunt niet anders dan die man als een pedofiel beschouwen en hij is toch een held voor heel veel mensen, want hij was de bassist van The Rolling Stones. Jim Gordon was een onbekende drummer, die doet iets, krijgt publiciteit, heeft toevallig de pech dat de rechter bepaalt dat hij geen TBS krijgt maar gevangenisstraf, en zit nu 34 jaar in de bak. Die man was gewoon schizofreen, had teveel drugs gebruikt. Had misschien met goede hulp in een kliniek geholpen kunnen worden. Had hij dit niet gedaan, was hij een vrij man geweest.
Ja, soms kun je gewoon pech hebben in het leven. Soms draait het om ons gezamenlijke beeld van of iemand deugt ja of nee… Net als de waardering voor een liedje: het wordt een hit of niet. Het gaat de prullenbak in of het wordt razend geweldig. Hoe dat bepaalt wordt, vind ik uitermate fascinerend. Daarom wil ik altijd verder kijken dan het oordeel dat over het algemeen geveld wordt. De Communis Opinio, zoals ze dat noemen, de gezamenlijke mening.

Print Friendly, PDF & Email

Over de schrijver

Avatar

Yannick Retel Helmrich

Hoi! Ik ben Yannick en net als Merel ben ik hoofdredacteur van Trésor. Dit betekent dat ik veel bezig ben met het aansturen van de redactie en draag ik veel ideeen aan om Trésor te verbeteren. Mijn artikelen zijn verschillend; ik probeer altijd interessant te doen!

Laat een reactie achter