Longreads

Willard Van Orman Quine (deel 1)

Sofie de Kort
Geschreven door Sofie de Kort
Op welke manieren kan iets waar zijn? Wat heeft de taal met waarheid te maken? Is er maar één soort waarheid? Dit zijn allemaal vragen die de beroemde taalfilosoof Willard Van Orman Quine zich afvroeg. Hij heeft een hele theorie bedacht en uitgewerkt om zijn stelling te bewijzen; ‘Er is geen verschil tussen analytische en synthetische waarheden’.

Willard Van Orman Quine was een Amerikaanse filosoof van de analytische traditie. Om de analytische traditie te snappen moeten we terug naar Immanuel Kant, Kant was de eerste filosoof die onderscheid maakte tussen analytische en synthetische kennis. Analytische kennis betekent dat de eigenschap van een bepaald ding al in dat ding vastligt, terwijl synthetisch betekent dat er een bepaalde eigenschap aan een ding word toegevoegd. Als voorbeeld kunnen we geven: ‘alle vrijgezellen zijn ongetrouwd’. De eigenschap ‘ongetrouwd’ ligt hier al vast in het ding ‘vrijgezellen’, er wordt dus geen nieuwe informatie toegevoegd. Kant noemde deze beweringen ‘a priori’, wat voorafgaand aan de ervaring of wat van tevoren gegeven is betekent. Om hetzelfde voorbeeld te gebruiken , de eigenschap ‘ongetrouwd’ is in dit voorbeeld al rationeel verbonden aan ‘vrijgezellen’, je weet al dat een vrijgezel ongetrouwd is voordat je dit kan waarnemen. De uitspraak ‘alle vrijgezellen zijn ongetrouwd’ is dus een analytische, a priori uitspraak. Alle wiskundige uitspraken zijn analytische uitspraken, omdat je wiskundige uitspraken al met je ratio kan berekenen, je hoeft het niet waar te nemen om te weten dat 1+1=2, dit weet je al vanuit je ratio.

Een synthetische uitspraak kan zijn ‘de kat is zwart’ bij dit voorbeeld word er een eigenschap aan het ding toegevoegd. Je kan van tevoren niet weten of de kat zwart, wit, bruin, oranje, etc. zal zijn. De kat moet eerst waargenomen worden voordat je het de eigenschap zwart kan geven. Deze uitspraak is dan ook niet a priori, maar a posteriori wat betekent dat de kennis is afgeleid uit de ervaring. Synthetische uitspraken zijn dan ook discussieerbaar, de ene persoon kan zeggen dat de kat zwart is, de andere persoon zegt donkerbruin.

 

Quine stelt echter dat er geen verschil is tussen (de meeste) analytische en synthetische uitspraken. Dit is volgens hem, omdat je geen duidelijk onderscheid kan maken tussen analytische en synthetische waarheden. Een analytische waarheid is een waarheid waarbij de waarde afhangt van de betekenis van de zin, bijvoorbeeld bij ‘alle vrijgezellen zijn ongetrouwd’ hangt de waarheidswaarde af van de betekenis ‘vrijgezel’, aangezien de definitie van vrijgezel een ongetrouwde man is, is deze uitspraak waar. Bij een synthetische waarheid wordt de waarde niet bepaald door de uitspraak zelf of de betekenis, maar door iets anders (vaak is dit de realiteit). Bij het voorbeeld ‘alle vrijgezellen zijn gelukkig’ word de waarheidswaarde bepaald door de realiteit, de uitspraak is pas waar als alle vrijgezellen ook daadwerkelijk gelukkig zijn.

Volgens Quine kan je echter wel logische waarheden, bijvoorbeeld ‘elke vrijgezel is vrijgezel’ onderscheiden. Dit is volgens hem een logische waarheid, en deze zijn volgens hem ook niet analytisch problematisch. Er is bij logische waarheden geen twijfel over of deze analytisch zijn of niet. Over het algemeen worden analytische waarheden echter veel ruimer genomen, en bovendien vindt Quine logische waarheden ook niet zo nuttig en/of interessant. Quine zou ‘elke vrijgezel is vrijgezel’ alleen maar een woordspelletje vinden. Omdat analytische waarheden dus zo ruim worden genomen, en de betekenis van analytisch dus niet goed vastgesteld is, zijn analytische waarheden moeilijk te onderscheiden synthetische waarheden. Hieruit concludeert Quine, dat analytische waarheden alleen als analytisch kunnen worden beschouwd wanneer ze om te vormen zijn naar logische waarheden, aangezien er bij logische waarheden geen twijfel over is of ze analytisch zijn of niet. Kort gezegd:

 

Een zin is alleen analytisch  wanneer deze ongevormd kan worden tot een logische waarheid door synoniemen door synoniemen te vervangen.

 

Helaas laat deze stelling ruimte over voor een ander probleem, om namelijk echt te begrijpen wat analytisch nou eigenlijk is, moeten we eerst het woord synoniem goed definiëren. Quine stelt hier een soort formule voor op, namelijk; dat woord 1 een synoniem van woord 2 is, als woord 1 als woord 2 gedefinieerd kan worden. Maar om synoniemen te begrijpen moet je eerst het woord definitie definiëren zonder hiervoor een synoniem te begrijpen, omdat je zonder het begrip definitie te snappen, het begrip synoniem ook niet snapt, en zonder het begrip synoniem te snappen, snap je het begrip analytisch ook niet. Volg je het nog? Om het wat simpeler te zeggen: om 1+1=2 te snappen, moet je eerst begrijpen wat 1, + en = betekenen om de 2 te snappen.

 

Er zijn meerdere manieren waarop je het begrip definitie kan definiëren. De eerste is lexicografie, wat betekent dat je gaat kijken naar hoe het in het woordenboek staat, bijvoorbeeld het woord piemel staat gedefinieerd als penis. Maar hoe komt dat woord zo in het woordenboek? Volgens Quine komt deze definitie in het woordenboek omdat de persoon die het woordenboek opstelt denkt dat de woorden synoniemen zijn, en daardoor denkt deze persoon dat hij deze woorden en definities zo in het woordenboek mag zetten. Dit helpt ons helaas niet verder, we proberen immers het begrip definitie te definiëren om het begrip synoniem duidelijk te maken! De tweede manier is explicatie, wat betekent dat je een begrip probeert te definiëren door een gedeelte van het begrip als definitie te gebruiken, bijvoorbeeld Aristoteles als hij zegt  dat deugd het gemiddelde tussen twee extremen is. Quine vindt echter dat explicatie niet veel verschild van lexicografie, omdat ook hierbij de definitie een synoniem is van het begrip, weliswaar is het hier anders verwoord,maar het is nog steeds een synoniem.

Als laatste heb je ook nog een afkorting, wat betekent dat je een woord afkort, bijvoorbeeld bij de V.S. wat natuurlijk de Verenigde Staten van Amerika betekent. En met deze definitie is eigenlijk geen probleem, behalve dat weinig toepasbaar is, het gaat bijvoorbeeld vrij ver om het woord vrijgezel een afkorting voor ongetrouwde man te noemen. Dus, zegt Quine, moeten we synonymie hier verwerpen, omdat we het begrip definitie niet kunnen definiëren zonder synoniemen te gebruiken.

 

Quine had echter al voorspeld dat je hiermee niet verder zou komen, omdat het volgens hem gaat op de manier waarop je een zin gebruikt, hij doorloopt een paar denkstappen om dit uit te leggen en vervolgens tot een conclusie te komen:

  1. De manier waarop een zin wordt gebruikt is een toevoeging aan de zin.

De manier waarop jij een zin gebruikt (context), voegt iets toe aan die zin zelf, wat er eerst dus nog niet in zat.

  1. De betekenis van de zin hangt af van de manier waarop je een zin gebruikt.

Bijvoorbeeld als iemand gemeend tegen jou zegt ‘goed gedaan’, heeft de zin een ander betekenis wanneer iemand sarcastisch tegen jou zegt ‘goed gedaan’. Het gaat dus om de context waarin een zin is gezegd of geschreven.

  1. De waarheid van de zin hangt af van de betekenis van de zin.

Een zin kan waar of onwaar zijn afhankelijk van de betekenis.

  1. Dus de waarheid van elke zin hangt af van de toevoeging die aan de zin wordt gegeven.

Dit valt te concluderen uit de eerste drie regels. Hoe ‘waar’ de zin is, is dus afhankelijk van de manier waarop jij hem gebruikt.

  1. Een zin is analytisch als de waarheid van de zin niet afhangt van een toevoeging van buiten.

De betekenis ligt dus al in de zin zelf besloten.

  1. Dus geen enkele zin is analytisch.

Dit komt omdat je door het gebruik van een zin al iets toevoegt aan de zin zelf, dit is bij analytische zinnen juist niet de bedoeling, en daardoor is geen enkele zin analytisch.

Hiermee heeft Quine dus zijn stelling ‘er is geen onderscheid tussen analytische en synthetische waarheden te maken’ bewezen.

Print Friendly, PDF & Email

Over de schrijver

Sofie de Kort

Sofie de Kort